We komen als OCMW vaak in contact met doelgroepen die volgens onderzoek meer moeilijkheden ondervinden met gezinsplanning en hun seksuele en reproductieve gezondheid (SRG). Onze cliënten zijn vaak mensen met een lagere sociaal economische status (SES) of een allochtone achtergrond. Door onze cliënten in te lichten en door te verwijzen naar de juiste instanties en de huisarts kunnen we hen ondersteunen op vlak van gezinsplanning en SRG en bijdragen aan een stabielere toekomst voor hen en hun kinderen.
Het vast bureau heeft deze procedure goedgekeurd op 7 november 2024.
Door een project rond anticonceptie op te zetten kunnen we cliënten inlichten over de mogelijkheden die er bestaan. We willen hen de basisinformatie geven en doorverwijzen naar de huisarts en de website van Sensoa zodat de cliënten de mogelijkheid hebben om een weldoordachte keuze te maken. Daarnaast willen we hen financieel ondersteunen wanneer hun financiële middelen niet toereikend zijn om voor anticonceptiemiddelen te betalen.
Anticonceptiemiddelen zijn voor vrouwen tot en met 25 jaar gratis. De doktersbezoeken zijn wel betalend. Vanaf de leeftijd van 26 jaar worden ook de anticonceptiemiddelen betalend. Na sociaal en financieel onderzoek van de cliënt kunnen we ervoor kiezen om alle vormen van anticonceptie inclusief dokters- en gynaecoloogbezoek in de vorm van een niet terugvorderbare steun. Deze steunen worden ter goedkeuring op het BCSD gebracht.
Daarnaast worden er condooms op de toiletten voorzien zodat cliënten deze anoniem kunnen meenemen. Er wordt ook een poster met meer uitleg in de toiletten gehangen.
Op de bureaus van de maatschappelijk werkers wordt een flyer gelegd. Deze kunnen de eerste stap vormen om het gesprek met de cliënten aan te gaan. Er kan naar de website van Sensoa of de huisarts doorverwezen worden voor meer uitleg over anticonceptiemogelijkheden. Op die manier kan elke cliënt op een gepaste manier geïnformeerd worden.
Vrouwen met allochtone origine vertegenwoordigen 42% van de uitgevoerde abortussen in Vlaanderen, terwijl ze maar 27% van de bevolking vertegenwoordigen. Mogelijke verklaringen zijn een gebrekkige kennis over en toegang tot anticonceptie alsook de taalbarrière.
De andere groep, vrouwen met een lage sociaal-economische status, kampt ook met tekort aan informatie, zowel over anticonceptie, hun eigen lichaam en het gezondheidszorgsysteem. Ze hebben vaak acutere problemen waardoor anticonceptie geen prioriteit is. Ook financieel is het voor hen een uitdaging om in anticonceptie te voorzien, zeker voor de langdurige en meer betrouwbare vormen van anticonceptie. Ten slotte is het zo dat deze groep een grotere en vroegere kinderwens heeft. Ze zien het als een kans op een betere toekomst, een bron van liefde die ze zelf hebben moeten missen. Het is voor hen een manier om in de samenleving een rol en status te verwerven.
Beide groepen gebruiken gemiddeld minder anticonceptie (+- 50%) dan het gemiddelde van alle (seksueel actieve) vrouwen in Vlaanderen (75%).
Een eerste belangrijke stap (die al gedeeltelijk aanwezig is) is erover praten. Gezinsplanning bij zowel mannelijke als vrouwelijke cliënten proactief op tafel leggen maakt het bespreekbaar zodat er gehandeld kan worden voordat de cliënten in een moeilijke situatie komen.
De volgende stap is om de financiële drempel te verlagen en dus zowel de anticonceptie zelf als de doktersbezoeken (huisarts en gynaecoloog) terug te betalen. Ook is het aangewezen om zoveel mogelijk vormen van anticonceptie terug te betalen.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het project rond anticonceptie goed en geeft opdracht om dit verder uit te rollen.
De raad voor maatschappelijk welzijn beslist om medische en farmaceutische kosten die gepaard gaan met anticonceptie te financieren in de vorm van een niet terugvorderbare steun voor personen met beperkte financiële middelen.