Terug
Gepubliceerd op 20/01/2025

2024_GR_00038 - Gemeentebelastingen 2025 - Belasting op tweede verblijven - Goedkeuring

gemeenteraad
ma 23/12/2024 - 20:00 Raadzaal
Datum beslissing: ma 23/12/2024 - 21:01
Goedgekeurd
Dit besluit handelt over een Belastingreglement, type Kohierbelasting. Dit reglement treedt in werking op 01/01/2025 en eindigt op 31/12/2025
  • Relevante MAR code: 7377 - Tweede verblijven
  • Bijkomende aanslagvoet: Nee

Samenstelling

Aanwezig

Luc Janssens, voorzitter; Patrick Geuens, burgemeester; Koen Claessens, schepen; Natalie Adriaensen, schepen; Dominik Huysmans, schepen; Kato Slegers, schepen; Lut Hermans, schepen; Fonny Matthijs, raadslid; Guy Vanherck, raadslid; Karolien Adriaensen, raadslid; Griet Bastiaansen, raadslid; Thomas Wynants, raadslid; Niels Blockx, raadslid; Koen Slegers, raadslid; Greet Verwaest, raadslid; Gert Wens, raadslid; Maryleen Theuer, raadslid; Wout Melis, raadslid; Nelis Damen, raadslid; Bram Smets, raadslid; Roel Slegers, algemeen directeur

Afwezig

Kurt Keersmaekers, raadslid

Secretaris

Roel Slegers, algemeen directeur

Stemming op het agendapunt

2024_GR_00038 - Gemeentebelastingen 2025 - Belasting op tweede verblijven - Goedkeuring

Aanwezig

Luc Janssens, Patrick Geuens, Koen Claessens, Natalie Adriaensen, Dominik Huysmans, Kato Slegers, Lut Hermans, Fonny Matthijs, Guy Vanherck, Karolien Adriaensen, Griet Bastiaansen, Thomas Wynants, Niels Blockx, Koen Slegers, Greet Verwaest, Gert Wens, Maryleen Theuer, Wout Melis, Nelis Damen, Bram Smets, Roel Slegers
Stemmen voor 20
Patrick Geuens, Koen Claessens, Natalie Adriaensen, Dominik Huysmans, Kato Slegers, Lut Hermans, Fonny Matthijs, Luc Janssens, Guy Vanherck, Griet Bastiaansen, Thomas Wynants, Niels Blockx, Koen Slegers, Greet Verwaest, Gert Wens, Maryleen Theuer, Wout Melis, Nelis Damen, Bram Smets, Karolien Adriaensen
Stemmen tegen 0
Onthoudingen 0
Blanco stemmen 0
Ongeldige stemmen 0
2024_GR_00038 - Gemeentebelastingen 2025 - Belasting op tweede verblijven - Goedkeuring 2024_GR_00038 - Gemeentebelastingen 2025 - Belasting op tweede verblijven - Goedkeuring

Motivering

Voorgeschiedenis

De gemeenteraad dient jaarlijks het tarief van de belasting op de tweede verblijven vast te stellen. Op het grondgebied van de gemeente bevinden zich een groot aantal tweede verblijven. Dit brengt lasten voor de gemeente met zich mee.

Deze belasting wordt jaarlijks geïndexeerd.

Argumentatie

Deze belasting vormt een bron van inkomsten voor de gemeente.

Juridische grond

  • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
  • Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41.

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

Er wordt voor het aanslagjaar 2025 een directe gemeentebelasting gevestigd op de tweede verblijven.

Artikel 2

Als tweede verblijf wordt beschouwd elke woongelegenheid waarvan degene die er kan verblijven, voor deze woongelegenheid niet ingeschreven is in het bevolkingsregister, ongeacht het feit of het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen of buitengoederen, optrekjes, chalets en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans.

Als tweede verblijf wordt niet beschouwd:

  • Het lokaal uitsluitend bestemd voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit.
  • De tenten, woonaanhangwagens en verplaatsbare caravans, tenzij zij tenminste 6 maanden opgesteld blijven om als woongelegenheid te worden aangewend.
  • De leegstaande woongelegenheid waarvan het bewijs voorgelegd wordt dat zij in de loop van het aan het belastingjaar voorafgaande kalenderjaar niet als tweede verblijf werd aangewend.

Artikel 3

De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is van het tweede verblijf.

Artikel 4

De belasting wordt vastgesteld op 529,48 EUR per jaar en per tweede verblijf.

Artikel 5

De belasting is ondeelbaar en voor het ganse belastingjaar verschuldigd door de eigenaar op 1 januari van het aanslagjaar.

Artikel 6

De belastingplichtige is verplicht bij het gemeentebestuur aangifte te doen van zijn eigendom door middel van een door het college van burgemeester en schepenen vastgesteld formulier.

Deze aangifte wordt ingediend binnen de maand na de afkondiging van deze verordening.

Artikel 7

Bij gebreke van een aangifte binnen de vastgestelde termijn of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte wordt de belasting ambtshalve gevestigd op basis van gegevens waarover het college van burgemeester en schepenen beschikt.

Voor de belasting ambtshalve wordt gevestigd, brengt het college van burgemeester en schepenen de belastingplichtige met een aangetekende brief op de hoogte van de redenen waarom ze gebruik maakt van deze procedure, de elementen waarop de belasting is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van die elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van die kennisgeving, om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

Artikel 8

De overeenkomstig artikel 7 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag, gelijk aan de verschuldigde belasting of, in geval van herhaling, aan het dubbele van het bedrag, onverminderd de verschuldigde belasting en de nalatigheidsintresten.

Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.

Artikel 9

De belasting wordt ingevorderd bij wege van kohieren, die vastgesteld en uitvoerbaar verklaard worden door het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 10

De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Artikel 11

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag of een belastingverhoging een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van het aanslagbiljet.